HOOFDSTUK 12
Design
Echte kunstenaars vereenvoudigen
Bauhaus-esthetiek
In tegenstelling tot de meeste kinderen die opgroeiden in huizen van Eichler, wist Jobs wat dat waren en waarom ze zo cool waren. Hij hield van het concept van eenvoudig en strak modernisme. Hij hield er ook van om te luisteren naar zijn vader als die details in de uitvoering van verschillende auto’s beschreef. Dus vanaf het begin van Apple geloofde hij dat een geweldig industrieel design – een kleurrijk eenvoudig logo, een gelikte kast voor de Apple II – het bedrijf en zijn producten zou onderscheiden van alle andere.
Nadat het bedrijf de garage had verlaten, werd het eerste kantoorpand gevestigd in een klein gebouw, waarin ook de verkoopafdeling van Sony zat. Sony was beroemd om de geheel eigen stijl en gedenkwaardige productontwerpen en Jobs ging dan ook af en toe langs om hun marketingmateriaal te bestuderen. ‘Hij kwam dan als een sjofele jongen binnen en speelde met de brochures en wees op designkenmerken,’ vertelde Dan’l Lewin, die daar toen werkte. ‘Zo af en toe vroeg hij: “Mag ik deze brochure meenemen?”’ In 1980 nam hij Lewin in dienst.
Zijn voorliefde voor het donkere, industriële uiterlijk van Sony nam af rond de tijd dat hij, vanaf juni 1981, de jaarlijkse International Design Conference in Aspen bezocht. Het thema van het congres dat jaar was de Italiaanse stijl, met als hoofdpersonen de architect-designer Mario Bellini, filmregisseur Bernardo Bertolucci, auto-ontwerper Sergio Pininfarina en Fiat-erfgename en politica Susanna Agnelli. ‘Ik was gekomen om de Italiaanse designers te eren, net als die knul in Breaking Away Italiaanse wielrenners vereert,’ aldus Jobs, ‘en het was geweldig inspirerend.’
In Aspen kwam hij onder de invloed van de strakke en functionele ontwerpfilosofie van de Bauhaus-beweging, die hier door Herbert Bayer werd gekoesterd in de gebouwen, wooninrichtingen, schreefloze letterontwerpen en meubilair op de campus van het Aspen Institute. Net als zijn leermeesters Walter Gropius en Ludwig Mies van der Rohe geloofde Bayer dat er geen onderscheid zou mogen zijn tussen beeldende kunst en industrieel design. De modernistische Internationale Stijl die door Bauhaus werd gepropageerd, leerde dat design eenvoudig moet zijn, maar met een expressieve ziel. Benadrukt werden rationaliteit en functionaliteit door het toepassen van strakke lijnen en vormen. Mies van der Rohe en Gropius ventileerden wijsheden als ‘God zit hem in de details’ en ‘Less is more’. Net als bij Eichlers huizen werd het artistieke gevoel gecombineerd met de mogelijkheid tot massaproductie.
Jobs sprak openlijk over zijn omarming van de Bauhaus-stijl in een toespraak die hij in 1983 tijdens het designcongres in Aspen hield, waarvan het thema ‘De toekomst is niet meer wat zij altijd is geweest’ was. Jobs, die sprak in de grote muziektent op de campus, voorspelde dat de Sony-stijl zou verdwijnen ten gunste van de eenvoud van Bauhaus. ‘De hedendaagse golf van industrieel design is Sony’s hightech look, die staalgrijs is, maar schilder het zwart, doe er iets geks mee,’ zei hij. ‘Dat is makkelijk te doen. Maar het is niet geweldig.’ Hij stelde in plaats daarvan een alternatief voor dat voortkwam uit Bauhaus en dat meer recht deed aan de functie en de aard van de producten. ‘Wat wij gaan doen, is de producten hightech maken en we gaan ze strak aankleden zodat je weet dat ze hightech zijn. We zullen ze in een kleine kast doen en dan kunnen we ze mooi en wit maken, net als Braun met zijn elektronica doet.’
Hij benadrukte herhaaldelijk dat Apple’s producten strak en eenvoudig zouden worden. ‘We zullen ze er helder en zuiver en eerlijk voor uit laten komen dat ze hightech zijn, in plaats van dat we ze een zwaar industrieel uiterlijk geven van zwart, zwart, zwart en zwart zoals Sony,’ predikte hij. ‘Dus dat is onze benadering: een eenvoudig, en we mikken echt op Museum-of-Modern-Art-kwaliteit. De manier waarop we het bedrijf leiden, het productdesign, de advertenties, alles komt hierop neer: laten we het eenvoudig maken. Echt eenvoudig.’ Apple’s mantra zou blijven zoals die in de eerste brochure stond: Simplicity is the ultimate sophistication.
Jobs was van mening dat het een kerncomponent van eenvoud van design was om producten zo te maken dat ze intuïtief makkelijk te gebruiken zijn. Die twee dingen gaan echter niet altijd hand in hand. Soms is een design zo gelikt en simpel dat een gebruiker het ding te intimiderend of onvriendelijk vindt om mee om te gaan. ‘Het belangrijkste van ons design is dat we dingen intuïtief voor de hand liggend maken,’ zei Jobs tegen een hele menigte designfreaks. Zo verheerlijkte hij de bureaubladmetafoor die hij aan het ontwikkelen was voor de Macintosh. ‘Mensen weten intuïtief wat ze met een bureaublad moeten doen. Als je een kantoor binnenloopt, dan liggen er papieren op het bureau. Het bovenste is het belangrijkste. Mensen weten wat prioriteit moet krijgen. De reden waarom wij onze computers modelleren naar metaforen als het bureaublad is deels omdat we dan kunnen profiteren van de ervaring die mensen al hebben.’
Op hetzelfde moment die woensdagmiddag sprak in een kleinere conferentiezaal Maya Lin, 23 jaar, die in november in een klap beroemd was geworden met haar Vietnam Veterans Memorial in Washington, D.C. Ze raakten goed bevriend en Jobs nodigde haar uit om bij Apple op bezoek te komen. Omdat Jobs nogal verlegen was in gezelschap van iemand als Lin, vroeg hij Debi Coleman om haar rond te leiden. ‘Ik kwam een week voor Steve werken,’ vertelde Lin. ‘Ik vroeg hem waarom computers er toch uitzagen als lompe televisies. Waarom maak je niet iets dunners? Waarom niet een platte laptop?’ Jobs antwoordde dat dat inderdaad zijn doel was, zo gauw de technologie er klaar voor zou zijn.
Op dat moment was er niet veel spannends aan de hand in de wereld van industrieel design, zo dacht Jobs. Hij had een lamp van Richard Sapper die hij bewonderde, en hij hield van het meubilair van Charles en Ray Eames en de producten van Braun die door Dieter Rams waren ontworpen. Maar er was niet een boven iedereen uitstekende figuur die de wereld van het industriële design van nieuw elan kon voorzien, zoals Raymond Loewy en Herbert Bayer hadden gedaan. ‘Er gebeurde maar weinig in industrieel design, vooral in Silicon Valley, en Steve wilde daar heel graag verandering in brengen,’ aldus Lin. ‘Zijn gevoel voor design is gelikt maar niet gladjes, en het is speels. Hij omarmde het minimalisme, wat afkomstig was van zijn overgave aan de eenvoud van zen, maar hij vermeed dat dat zijn producten koud zou maken. Ze bleven leuk. Hij is hartstochtelijk en superserieus over design, maar tegelijkertijd is er dat gevoel van speelsheid.’
Terwijl Jobs’ gevoel voor design zich verder ontwikkelde, voelde hij zich steeds meer aangetrokken tot de Japanse stijl en ging hij meer en meer om met zijn sterren, zoals Issey Miyake en I.M. Pei. Zijn kennis van het boeddhisme had hier grote invloed. ‘Ik heb boeddhisme – en vooral het Japanse zenboeddhisme – altijd esthetisch subliem gevonden,’ zei hij. ‘Het meest sublieme dat ik ooit heb gezien, zijn de tuinen rond Kyoto. Ik ben diep getroffen door wat die cultuur heeft voortgebracht, en het is direct afkomstig van het zenboeddhisme.’
Als een Porsche
In Jef Raskins visioen had de Macintosh eruit moeten zien als een stevig koffertje, waarvan het toetsenbord als het deksel tegen het scherm geklapt kon worden. Toen Jobs het project overnam, besloot hij die draagbaarheid op te offeren voor een opvallend design dat op een bureau niet al te veel plaats in zou nemen. Hij liet een telefoonboek op zijn bureau vallen en zei, tot grote ergernis van de ontwerpers, dat het niet meer plaats mocht innemen dan dat. En dus begonnen designteamleider Jerry Manock en Terry Oyama, een talentvolle designer die hij had aangenomen, te werken met ideeën waarbij het scherm boven de eigenlijke computer zat, die een afneembaar toetsenbord had.
Op een dag in maart 1981 kwam Andy Hertzfeld na het avondeten het kantoor binnen en trof daar Jobs aan die rond het enige prototype van de Mac liep terwijl hij in een discussie gewikkeld was met James Ferris, het hoofd van de creatieve afdeling. ‘We willen hem een klassiek uiterlijk geven dat nooit ouderwets wordt, net als de Kever van Volkswagen,’ zei Jobs. Van zijn vader had hij geleerd te houden van de contouren van klassieke auto’s.
‘Nee, nee, dat is niet goed,’ antwoordde Ferris. ‘De lijnen moeten juist sensueel zijn, zoals van een Ferrari.’
‘Geen Ferrari, dat is ook niet goed,’ ging Jobs daar tegenin. ‘Hij moet eerder zijn zoals een Porsche!’ Het zal niet verbazen dat Jobs in die tijd een Porsche 928 bezat. (Later zou Ferris bij Porsche gaan werken als reclamemanager.) Toen Bill Atkinson tijdens een weekeinde bij hem op bezoek was, nam Jobs hem mee naar buiten om de Porsche te laten zien. ‘Grote kunst verruimt de smaak, ze volgt de smaak niet,’ zei hij tegen Atkinson. Ook bewonderde hij het design van Mercedes. ‘In de loop der jaren hebben ze de lijnen wat ronder gemaakt, maar de details juist opvallender,’ zei hij eens toen hij over de parkeerplaats liep. ‘Dat is precies wat we met de Macintosh moeten doen.’
Oyama tekende een voorlopig ontwerp en liet een model in gips maken. Het Mac-team schaarde zich er voor de onthulling omheen en zeiden wat ze ervan dachten. Hertzfeld vond het ‘schattig’. Ook anderen leken tevreden. Toen barstte Jobs uit in een stroom gloeiende kritiek. ‘Het is te hoekig, het moet meer afgerond. De straal van de eerste afschuining moet groter worden en de grootte van de helling bevalt me niet.’ Met zijn nieuw verworven beheersing van het taaltje van het industriële design verwees Jobs hier naar de hoek tussen de twee zijkanten van de computer. Maar hij besloot met een groot compliment. ‘Het is een begin,’ zei hij.
Om de maand ongeveer kwamen Manock en Oyama terug met een nieuwe versie, die dan gebaseerd was op Jobs’ kritiek tijdens een eerdere bijeenkomst. Het laatste model werd dan met een groots gebaar onthuld terwijl de vorige modellen ernaast stonden opgesteld. Daardoor konden ze niet alleen de ontwikkeling volgen, maar Jobs kon nu ook niet meer zeggen dat er niet naar zijn aanwijzingen of bemerkingen geluisterd was. ‘Het vierde model kon ik nauwelijks onderscheiden van het derde,’ vertelde Hertzfeld, ‘maar Steve was altijd kritisch en vastbesloten en zei dan dat hij een bepaald detail, dat ik nauwelijks kon zien, prachtig vond of verschrikkelijk.’
Jobs ging een keer in een weekend naar Macy’s in Palo Alto om huishoudelijke apparaten te bekijken, vooral de keukenmachine van Cuisinart. Die maandag kwam hij het Mac-kantoor binnengestormd, zei tegen het designteam dat ze er een moesten gaan kopen en deed toen een heleboel suggesties die gebaseerd waren op de lijnen, rondingen en hoeken van het ding. Oyama maakte dus een heel nieuw ontwerp dat meer deed denken aan een keukenapparaat, maar zelfs Jobs moest toegeven dat dit niet werkte. De ontwikkeling liep hierdoor een week vertraging op, maar uiteindelijk kapte Jobs deze lijn af.
Hij bleef erop hameren dat de Mac er vriendelijk uit moest zien. Ten gevolge daarvan ging het ontwerp steeds meer lijken op een menselijk gezicht. Het diskettestation werd onder het scherm ingebouwd, waardoor de machine hoger en smaller was dan de meeste computers en aan een gezicht deed denken. De teruglopende lijn onderaan riep het idee van een afgeronde kin op en Jobs liet de rand plastic bovenaan zo smal mogelijk maken om te vermijden dat de Mac een voorhoofd kreeg als de cro-magnonmens, precies dat wat de Lisa een beetje onaantrekkelijk maakte. Het patent voor het design van de Mac-kast werd verstrekt op naam van Steve Jobs, naast die van Jerry Manock en Terry Oyama. ‘Hoewel Steve geen enkele lijn heeft getekend, waren het zijn ideeën en was het zijn inspiratie die van het design maakten wat het geworden is,’ vertelde Oyama later. ‘Om eerlijk te zijn, we wisten niet wat het betekende dat een computer “vriendelijk” moest zijn, totdat Steve het ons vertelde.’
Jobs was net zo bezeten over het uiterlijk als over wat er op het scherm moest komen. Op een dag kwam Bill Atkinson opgewonden de Texaco Towers binnenvallen. Hij had een briljant algoritme ontwikkeld dat heel snel cirkels en ovalen op het scherm kon laten verschijnen. De wiskunde om cirkels te maken maakte gebruik van worteltrekken, wat door de 68000-microprocessor niet werd ondersteund. Maar Atkinson had een manier bedacht om dat te ontwijken op grond van het gegeven dat de som van een reeks oneven getallen een reeks kwadraten is (bijvoorbeeld 1 + 3 = 4, 1 + 3 + 5 = 9, enzovoort). Hertzfeld vertelde dat iedereen onder de indruk was toen Atkinson zijn demo draaide, behalve Jobs. ‘Ja, cirkels en ovalen zijn wel goed,’ zei hij, ‘maar hoe zit het met het tekenen van rechthoeken met afgeronde hoeken?’
‘Ik geloof niet dat we dat echt nodig hebben,’ zei Atkinson, die uitlegde dat het bijna onmogelijk zou zijn om zo’n programma te maken. ‘Ik wilde de graphics zo beperkt mogelijk houden en ze beperken tot wat echt noodzakelijk was,’ vertelde hij.
‘Rechthoeken met afgeronde hoeken zijn overal!’ riep Jobs, die opsprong en steeds feller werd. ‘Kijk in deze kamer eens om je heen!’ Hij wees op het whiteboard en het tafelblad en andere rechthoekige dingen met afgeronde hoeken. ‘En kijk eens naar buiten, daar zijn er nog meer, bijna overal waar je kijkt!’ Hij sleepte Atkinson mee en toen ze buiten liepen, wees hij op autoruiten en reclameborden en straatnaambordjes. ‘Binnen drie blokken hadden we zeventien voorbeelden gevonden,’ aldus Jobs. ‘Ik begon ze overal aan te wijzen totdat hij helemaal overtuigd was.’
‘Toen hij ten slotte bij een bord “verboden te parkeren” stond, zei ik: “Oké, je hebt gelijk, ik geef het op. We moeten als basis een rechthoek met afgeronde hoeken hebben!”’ Hertzfeld voegde hieraan toe: ‘De volgende middag kwam Bill Texaco Towers weer binnen met een brede glimlach op zijn gezicht. Zijn demo tekende nu razendsnel rechthoeken met prachtig afgeronde hoeken.’ De dialoog- en andere vensters op de Lisa en de Mac en bijna iedere computer die daarna is gebouwd, kregen stuk voor stuk afgeronde hoeken.
Tijdens het kalligrafiecollege waar hij op Reed was binnengevallen, was Jobs gaan houden van allerlei verschillende lettertypes, met en zonder schreven en proportionele spatiëring en interlinie. ‘Toen we bezig waren met het design van de eerste Macintosh-computer, kwam het weer allemaal bij me boven,’ vertelde hij over dat college. Omdat de Mac in bitmap was, was het mogelijk om een eindeloos scala aan lettertypes te gebruiken, van elegant tot lomp, en ze pixel voor pixel op het scherm te laten verschijnen.
Om die lettertypes te ontwerpen, had Hertzfeld een vriendin van high school gerekruteerd uit een voorstad van Philadelphia, Susan Kare. Ze noemden die lettertypes dan ook naar stations langs de oude Main Line van de forensentrein: Overbrook, Merion, Ardmore en Rosemont. Jobs vond het proces fascinerend. Aan het einde van een middag kwam hij binnenvallen en begon hij te broeden op de namen van de lettertypes. Nu waren het ‘kleine stadjes waar nog nooit iemand van had gehoord’, klaagde hij. ‘Het zouden wereldsteden moeten zijn!’ En daarom zijn er nu, volgens Kare, lettertypes met namen als Chicago, New York, Geneva, London, San Francisco, Toronto en Venice.
Markkula en enkele anderen konden Jobs’ bezetenheid voor typografie niet echt waarderen. ‘Zijn kennis van lettertypes was opmerkelijk en hij bleef erop hameren dat we geweldige lettertypes moesten hebben,’ vertelde Markkula. ‘Ik bleef maar zeggen: “Lettertypes? Hebben we geen belangrijker dingen te doen?”’ Maar de fantastische collectie lettertypes op de Macintosh, in combinatie met laserprinten en geweldige grafische mogelijkheden, zou de hele industrie van het desktoppublishing op gang helpen en een zegen blijken voor Apple’s financiële resultaten. Ook werd hiermee bij mensen van alle rangen en standen, van schoolkrantredacteuren tot moeders die de nieuwsbrief voor de oudervereniging maakten, het plezier geïntroduceerd van het gebruik van fonts (dat wil zeggen lettertype plus vorm plus grootte), iets wat tot dan toe voorbehouden was aan drukkers, grijs geworden redacteuren, opmakers en andere van inkt doordrenkte sloebers.
Kare ontwierp ook de iconen, zoals de prullenbak om bestanden te wissen, die bepalend werden voor grafische interfaces. Kare en Jobs konden het goed met elkaar vinden omdat ze een instinct deelden voor eenvoud én het verlangen om de Mac fantastisch te maken. ‘Gewoonlijk kwam hij aan het einde van de dag binnenvallen,’ vertelde ze. ‘Hij wilde dan altijd weten wat nieuw was en hij had een goede smaak en een goed gevoel voor visuele details.’ Jobs kwam soms ook wel op zondagmorgen en Kare zorgde er dus voor dat ze dan ook aan het werk was en hem de nieuwe mogelijkheden kon laten zien die ze had verzonnen. Ook botsten ze wel eens. Zo verwierp hij een gestileerd konijn als icoon voor het versnellen van klikken met de muis, omdat het harige wezentje er ‘te gay’ uit zou zien.
Jobs besteedde eveneens ontzettend veel aandacht aan de titelbalk boven ieder venster, document en scherm. Hij liet die keer op keer door Atkinson en Kare overmaken omdat hij vond dat ze er vreselijk uitzagen. Jobs hield niet van die van de Lisa, omdat die te zwart en te hard was. Hij wilde die van de Mac zachter hebben, met dunne streepjes. ‘We moeten wel twintig verschillende ontwerpen voor de titelbalk hebben gemaakt voordat hij tevreden was,’ vertelde Atkinson. Op een gegeven moment klaagden Atkinson en Kare dat hij ze te veel aandacht liet besteden aan kleine facetten van de titelbalk terwijl ze belangrijker dingen te doen hadden. Jobs ontplofte. ‘Kun je je voorstellen dat je daar iedere dag naar moet kijken?’ schreeuwde hij. ‘Het is niet iets kleins, het is iets wat we goed moeten doen.’
Chris Espinosa ontdekte een manier om aan Jobs’ designeisen en controlefreak-neigingen te voldoen. Espinosa, een van Wozniaks jeugdige volgelingen uit de tijd van de garage, was door Jobs overgehaald om van Berkeley af te gaan, met het argument dat hij altijd nog kon studeren, maar slechts één kans kreeg om aan de Mac te werken. Hij besloot in zijn eentje een rekenmachine voor de computer te ontwerpen. ‘We kwamen allemaal bij elkaar toen Chris zijn rekenmachine aan Steve liet zien en zijn adem inhield in afwachting van diens reactie,’ vertelde Hertzfeld.
‘Wel, het is een begin,’ zei Jobs, ‘maar in wezen is het troep. De achtergrondkleur is te donker, sommige lijnen hebben niet de juiste breedte en de knoppen zijn te groot.’ In antwoord op Jobs’ kritiek bleef Espinosa zijn rekenmachine dag in, dag uit verfijnen, maar iedere nieuwe versie werd op nieuwe kritiek onthaald. Toen Jobs op een middag binnenkwam, onthulde Espinoza zijn uiteindelijke oplossing: ‘De Steve Jobs Maak Je Eigen Rekenmachine Bouwdoos’. Hiermee kon de gebruiker het uiterlijk van zijn rekenmachine helemaal aanpassen en een persoonlijk uiterlijk geven door de breedte van de lijntjes te veranderen, de tinten, de achtergrond en andere zaken. In plaats van erom te lachen, dook Jobs erop en begon met het uiterlijk te spelen totdat het aan zijn smaak voldeed. Na een minuut of tien was het zoals hij het wilde. Het zal niet verbazen dat zijn design op de Mac geïnstalleerd werd en vijftien jaar lang de standaard bleef.
Hoewel hij zich op de Macintosh richtte, wilde Jobs een consequente designtaal scheppen voor alle producten van Apple. Daartoe organiseerde hij met de hulp van Jerry Manock en een informeel groepje genaamd Apple Design Guild een wedstrijd om een designer van wereldklasse in dienst te nemen die voor Apple zou zijn wat Dieter Rams voor Braun was. Het project kreeg de codenaam Snow White, Sneeuwwitje, niet zozeer omdat wit de geschiktste kleur zou zijn, maar omdat de producten waar een design voor werd gezocht, codenamen hadden die naar de zeven dwergen verwezen. De winnaar was Hartmut Esslinger, een Duitse designer die verantwoordelijk was voor het uiterlijk van de Trinitron-tv’s van Sony. Jobs vloog naar het Zwarte Woud in Duitsland om met hem te praten en was niet alleen onder de indruk van Esslingers passie, maar ook van de bevlogen manier waarop hij met zijn Mercedes meer dan 160 km per uur reed.
Hoewel hij zelf Duitser was, stelde Esslinger voor dat er een ‘geboren-in-Amerika-gen voor Apple’s DNA’ moest zijn dat een ‘Californië-wereld-uiterlijk’ zou voortbrengen, geïnspireerd door ‘Hollywood en muziek, een beetje opstandigheid en natuurlijk sexappeal’. Zijn leidraad was dat ‘vorm emotie volgt’, een variant op de bekende spreuk dat vorm functie volgt. Om het concept te demonstreren, toonde hij veertig modellen van producten en Jobs riep meteen enthousiast, ‘Ja, dit is het!’ De Snow White look, die direct werd gebruikt voor de Apple IIc, werd gekenmerkt door een witte kast, strakke, afgeronde hoeken en smalle groeven in de vorm van rechte lijntjes voor ventilatie en decoratie. Jobs bood Esslinger een contract aan op voorwaarde dat hij naar Californië verhuisde. Ze schudden elkaar de hand en, in de niet al te bescheiden woorden van Esslinger: ‘Die handdruk was het begin van een van de belangrijkste samenwerkingen in de geschiedenis van het industriële design.’ Esslingers bedrijf, frogdesign,[2] werd midden 1983 gevestigd in Palo Alto en sloot een jaarcontract met Apple voor $ 1,2 miljoen, en vanaf dat moment staat er op ieder Apple-product trots ‘designed in California’.
Van zijn vader had Jobs geleerd dat een kenmerk van vakmanschap met passie is dat je ervoor zorgt dat ook onzichtbare aspecten van het product mooi zijn gemaakt. Een van de meest extreme – en kenmerkende – uitingen van die filosofie deed zich voor toen hij het moederbord bekeek waarop de chips en andere componenten van de Macintosh moesten komen, en dat weggestopt zat in de computer. Geen gebruiker die het ooit zou zien. Maar Jobs leverde kritiek op de printplaat op esthetische gronden. ‘Dat deel is echt mooi,’ zei hij. ‘Maar kijk eens naar die geheugenchips. Dat is lelijk, de lijnen zitten te dicht bij elkaar.’
Een van de nieuwe ontwerpers onderbrak hem en vroeg wat dat ertoe deed. ‘Het enige wat belangrijk is, is dat het goed werkt. Niemand ziet ooit een moederbord.’
Jobs reactie was typerend. ‘Ik wil dat het zo mooi is als het maar kan, ook al zit het in de kast. Een goede timmerman gebruikt ook geen lelijk stuk hout voor de achterkant van een kast, ook al zal niemand dat ooit te zien krijgen.’ Een paar jaar later, nadat de Macintosh was geïntroduceerd, herhaalde Jobs in een interview de les van zijn vader: ‘Als je een timmerman bent en een schitterende ladekast maakt, gebruik je toch geen stuk triplex voor de achterkant, ook al staat die tegen de muur en zal niemand hem ooit zien. Je weet altijd dat hij er is, en dus gebruik je een prachtig stuk hout voor de achterkant. Om ’s nachts goed te kunnen slapen, moet de esthetiek, de kwaliteit, totaal zijn doorgevoerd.’
Van Mike Markkula leerde hij een vervolg op de les van zijn vader over het mooi maken van wat verborgen is: het is ook belangrijk dat de verpakking en presentatie mooi zijn. Mensen beoordelen een boek wel degelijk op grond van het omslag. En dus koos Jobs voor de doos en de rest van de verpakking van de Macintosh een design in full color en bleef hij maar proberen alles nog mooier te maken. ‘Hij liet het de mannen wel vijftig keer opnieuw doen,’ vertelde Alain Rossmann, lid van het Mac-team en echtgenoot van Joanna Hoffman. ‘Het werd in de vuilnisbak gegooid zo gauw de koper het had geopend, maar hij was bezeten van hoe het eruitzag.’ Voor Rossmann bleek hieruit onevenwichtigheid; er werd geld besteed aan een dure verpakking terwijl ze probeerden te besparen op de prijs voor geheugenchips. Maar voor Jobs was ieder detail belangrijk dat eraan bijdroeg dat de Mac verbazingwekkend was en er ook zo uitzag.
Toen uiteindelijk over het design besloten was, riep Jobs het hele Macintosh-team bij elkaar voor een ceremonie. ‘Echte kunstenaars signeren hun werk,’ zei hij. En dus pakte hij een vel tekenpapier en een Sharpie-pen en liet hen allemaal hun handtekening zetten. Die werden allemaal aan de binnenkant van iedere Mac gegraveerd. Niemand zou ze ooit zien, behalve misschien een monteur. Maar ieder lid van het team wist dat hun namen erin stonden, net zoals ze wisten dat het moederbord op de mooist mogelijke wijze was gemaakt. Jobs riep ze voor hun handtekening een voor een bij zich. Burrell Smith was eerst. Jobs zelf wachtte nadat alle andere vijfenveertig teamleden geweest waren. Hij vond nog een plekje midden op het vel en zette er zijn naam in kleine letters met veel gevoel. Daarna proostte hij met champagne. ‘Op dit soort momenten liet hij ons ons werk als kunst beschouwen,’ aldus Atkinson.